Of het nu gaat over leerlingen in haar klas, leerlingen die ze buiten school tegenkomt of leerlingen die buiten schooltijd iets van haar nodig hebben: middelbareschooldocent Attie van Eck staat voor hen klaar. Dat vindt ze ook belangrijk, want voor haar gaat het onderwijs eigenlijk niet om cijfers halen, maar om leerlingen zich goed laten voelen zodat ze kunnen leren en zich kunnen ontwikkelen. 

Aan haar keukentafel spreken we over wat het is om docent te zijn, wat ze zo leuk vindt aan het onderwijs en waarom het belangrijk is om kinderen op hun eigen niveau les te geven. 

Liever luisteren dan lezen?

Dit interview is ook opgenomen als podcast. Zoek ‘Werken aan je Geluk’ op in jouw podcast app of luister hieronder het hele interview met Attie. 

Hieronder lees je een deel van het interview uitgeschreven terug. 

Docent op een vakcollege

Attie geeft les op het Vakcollege Maarsbergen. Dat is een vmbo-havoschool met veel aandacht voor praktijkvakken. 

“Het is een school waar leerlingen zowel theorievakken krijgen, zoals Nederlands, rekenen en wiskunde, maar ook praktijkvakken.”

Op deze school krijgen de leerlingen naast de welbekende vakken ook les in bijvoorbeeld koken en bakken. De echt leuke vakken als je het mij vraagt. 

“Daar staat onze school om bekend, omdat het de enige school is in de omgeving die dit soort praktijkvakken geeft.”

Toen ik vroeger op de havo zat en door de schoolgangen liep, rook het af en toe naar heerlijk gebakken koekjes. Dat kwam van kook- en bakles van de vmbo-leerlingen. Ik wilde ook graag bakles, maar dat mocht niet. Ik deed havo en daarom mocht ik alleen theorievakken doen. Bij de school waar Attie werkt is dat anders.

“We hebben een brugklas dat een tl-havoklas is. Daar zitten leerlingen in die havo advies hebben gekregen. Dus we zijn dit jaar begonnen met het opstarten van de havoklas bij ons.”

En voor alle havo-leerlingen die net zoals ik ook graag kook- en bakles willen: ja, ook als je havo doet, mag je die leuke lessen volgen op dit vakcollege.  

Waarom het voortgezet onderwijs?

Attie heeft de PABO gedaan, maar is al vrij snel op het vakcollege gaan werken. 

“De tijd op de PABO vond ik super leuk met leuke mensen, maar de opleiding zelf is wel veel plakken en knippen. Ik ben zelf ontzettend niet creatief, dus voor mij waren die onderdelen echt vreselijk. Stages vond ik wel echt heel leuk, maar in het basisschoolleven vind je vooral veel juffen en ik vind dat ik beter werk met mannen. Daar kwam ik al vrij snel achter. Ik wist eigenlijk al vanaf het begin dat ik voor de bovenbouw ging. Ik vind oudere leerlingen gewoon wat leuker. Daar kan je wat meer grapjes mee maken die ze begrijpen.”

Nadat ze de PABO had afgerond is Attie gaan solliciteren. Maar het was een tijd dat je als juf nog niet zomaar bij een basisschool aan de slag kon. Dus Attie ging werken als invaljuf, maar dat daar kon ze haar draai niet echt vinden.

“Als ik dit heel lang moet doen, telkens twee weken op een school, dan word ik niet heel vrolijk,” was haar gedachte. 

En zoals dat gaat vertelde ze over haar sollicitatie sores op een verjaardag tegen iemand die op het vakcollege werkte.

“En die zei dat ze iemand zochten voor rekenen. Dus ik heb de volgende dag meteen een mailtje gestuurd en ben op gesprek geweest. Na de vakantie kon ik meteen beginnen.”

Ze werd daar als net afgestudeerde PABO juf wel een beetje in het diepe gegooid. 

“Maar dat vind ik wel fijn. Een beetje zelf uitzoeken wat ik fijn vind op die school, wat een fijne manier is van lesgeven en die leerlingen een beetje ontdekken. Want ja, ik had nog nooit op een middelbareschool gewerkt. Het enige wat ik van de middelbareschool wist, was mijn eigen tijd. Dus dat was best lastig. Maar ik had iemand die mij begeleidde, ik had iedere week een coachingsgesprek. Dus op die manier werd ik wel goed geholpen op mijn werk.”

Bevoegd voor maar liefst 5 vakken

Attie stond op dat moment onbevoegd voor de klas. Dat betekent dat ze genoeg diploma’s heeft om voor de klas te mogen staan, maar niet genoeg om ook op dat niveau les te geven. Je mag even onbevoegd voor de klas staan, maar je moet uiteindelijk wel alle benodigde papieren halen. En dus deed Attie naast haar werk een opleiding tot middelbareschooldocent voor de onderbouw. 

“Die opleiding was een half jaar. De pedagogiek van de basisschool en de onderbouw van de middelbareschool is niet heel verschillend. Tijdens die opleiding werd er vooral op ingegaan hoe je inhoud leuk kan maken voor leerlingen van de middelbareschool.”

De opleiding was eigenlijk bedoeld om voor 4 vakken een bevoegdheid te halen. Maar Attie gaf al les en wilde voor alle vakken waar ze les in gaf bevoegd worden. 

“Je hebt drie basisvakken. Dat zijn Nederlands, rekenen en wiskunde. Die moest iedereen doen op die opleiding. En dan had je nog een keuzevak. Bijvoorbeeld mens & natuur. Da’s een beetje de biologie van vroeger. Mens & maatschappij kon je kiezen. Dat is een beetje aardrijkskunde, geschiedenis en maatschappijleer in een. En je kon kiezen voor Engels. Ik gaf al mens & maatschappij, dus dat was makkelijk voor mij om die erbij te pakken. En ik gaf tweedejaars les in biologie, dus ik pakte mens & natuur er ook bij. Dus ik heb twee keuzevakken gedaan.”

Op dit moment geeft ze alleen wiskundeles en mens & maatschappij. Maar die andere drie vakken kan ze inmiddels ook bevoegd geven.

Huiswerk nakijken is onderdeel van het docent zijn. Wil je meer weten over deze getekende hoedjes? Luister dan de podcast met het hele interview met Attie! Kijk bovenaan deze pagina of zoek ‘Werken aan je Geluk’ op in jouw podcast app. 

De wiskundedocent die een hekel had aan wiskunde

Het liefst geeft Attie nu wiskundeles. Je zou verwachten dat een wiskundedocent vroeger wiskunde ook heel leuk vond. Niets is minder waar bij Attie. 

“Ik had een 3,7 voor mijn wiskunde-examen, dus je kon niet zeggen dat ik er heel goed in was. Maar ik vond het wel heel leuk om het die leerlingen uit te leggen. Vooral omdat ik zelf dus ook heel goed weet dat ik het niet snapte. Ik vind het leuk om het kwartje te zien vallen. Mens & maatschappij is meer verbanden leggen. En dan zie je minder of ze het echt snappen. Ze moeten er echt interesse in hebben als je wil zien dat ze het leuk vinden. En veel kinderen vinden geen zak aan aardrijkskunde of geschiedenis.”

De beste van de klas

De onderbouw op een vmbo-school is de 1e en 2e klas. Dat zijn de groepen waar Attie aan lesgeeft. De kinderen die in de brugklas zitten komen dus net van de basisschool af. 

“Op de basisschool geven ze gemiddeld op havo niveau les. Dus de leerlingen die bij ons op school komen en die ik voornamelijk les geef, die hingen een beetje onderaan. Als ze bij ons komen zitten ze op hun eigen niveau en kunnen ze bij rekenen ook ineens de beste van de klas zijn.”

Het doet wat met je als je altijd gedacht hebt dat je iets niet kon en ineens kom je erachter dat het wel mogelijk is. Dat is wat Attie vaak ziet in haar klas. 

“Dat vind ik ook wel het belangrijkste om die kinderen in de brugklas mee te geven. Je kan iets niet leuk vinden omdat je er niet goed in bent of omdat je het echt niet leuk vindt. Dat ze dat verschil gaan zien, dat vind ik mooi.”

Wat Mars en Snickers repen te maken hebben met aardrijkskunde

Als je iets ziet gebeuren, dan onthoud je het makkelijker dan wanneer je alleen de theorie krijgt uitgelegd. Dat is waarom Attie gebruik maakt van Snickers en Mars. 

“Marsrepen, chocoladerepen, een boerencake. Die kun je daadwerkelijk voor hun neus in stukken breken.”

Dat is handig als je breuken wilt uitleggen, maar ook als je wilt laten zien hoe oceaanplaten en aardplaten tegen elkaar opbotsen. 

“Een klein lesje aardrijkskunde: je hebt twee verschillende soorten platen. Je hebt landplaten en oceaanplaten. Oceaanplaten zijn heel sterk, want die liggen onder de oceaan en moeten al dat water kunnen dragen. Landplaten zijn minder sterk, want die hoeven niet al dat water te dragen.”

Je kunt je misschien voorstellen wat er gebeurt als twee oceaanplaten of twee landplaten tegen elkaar opbotsen. Of een oceaanplaat tegen een landplaat. Maar met een Mars en Snickers kun je dat echt laten zien.

“Als je dat laat zien met twee Snickers die je tegen elkaar aandrukt en die vervolgens over de lengte doorsnijdt. Dan kun je zien dat die twee elkaar omhoog drukken, omdat ze even sterk zijn. Een Snickers is heel compact en een Mars is best wel luchtig. Als je die twee tegen elkaar aanduwt. Dan duwt die Snickers dwars door de Mars heen.”

Snickers zijn de sterke oceaanplaten en de Mars staat voor de landplaat. (In de podcast kun je de hele mini aardrijkskundeles van Attie horen.) 

Zo maakt Attie haar lessen smaakvol, want na de uitleg mag alles natuurlijk opgegeten worden. En zo onthouden de leerlingen het ook beter, want ze hebben het zien gebeuren.  

Lesgeven in coronatijd

Tijdens de eerste lockdown veranderde er behoorlijk wat in het onderwijs. Ineens zaten alle leerlingen en hun docenten thuis. Vanachter een laptop moest Attie toen lesgeven. De docenten kregen uitleg over hoe ze met Teams moesten werken. Het programma wat haar school gebruikt om de leerlingen digitaal les te geven. 

“Ik vond het aan het begin eigenlijk ontzettend leuk om dat helemaal op te starten. En ervoor te zorgen dat die leerlingen ook op Teams konden. Want ja, dat moeten zij ook maar vanuit huis doen. Nu zit je in een lokaal en kan je aanwijzen waar een leerling op moet klikken. Maar dat kon op dat moment niet, want je had nog geen contact met ze.”

Na twee weken was iedereen online en waren de meesten ook al snel gewend aan de digitale les. Maar toen kwam Attie erachter dat ze lesgeven vanachter de laptop helemaal niet zo leuk vindt. 

“En toen zat ik daar achter mijn schermpje. Te praten tegen een beeldscherm, want die leerlingen hoefde niet per se hun camera aan. Wij als docenten wel. Je had niet altijd even goed door of die leerlingen er waren. Ze konden ook met hun laptopje naast zich Netflix zitten kijken. We hadden gewoon veel minder grip op ze. Je ziet zo goed hoe het met een leerling gaat door hun gezicht te zien en dat zag je nu niet. Dat vond ik wel lastig.”

Inmiddels geeft ze al haar lessen gewoon weer in haar eigen klaslokaal. 

Thuiswerken als docent met een kat is soms een uitdaging. Tijdens het interview trok hij de aandacht. Dat deed hij ook tijdens de thuislessen bij de eerste lockdown.

Nakijken: het huiswerk voor de docent

Leerlingen denken altijd dat de docent hen pest met het geven van huiswerk. Maar het huiswerk dat een docent geeft, moet ook nagekeken worden. Net zoals al die toetsen. Ook dat gebeurt buiten schooltijd. Hoe zit het met al dat nakijkwerk: is dat super veel of valt het wel mee?

“Als ik over mezelf praat, dan valt dat best wel mee. Wiskunde is wel een vak waarbij je best lang doet over het nakijken, omdat de berekeningen natuurlijk ook heel belangrijk zijn. Die zijn eigenlijk nog belangrijker dan het antwoord. Dus dat is een vak waarbij je best wel veel tijd kwijt bent aan het nakijken.”

Attie vindt het ook leuk om haar leerlingen huiswerk te geven waarbij ze hun creativiteit kwijt kunnen. 

“Van de week moesten ze bijvoorbeeld een Prinsjesdaghoedje ontwerpen, waarbij ik aan het hoedje kon zien wat zij belangrijk vinden.”

Deze opdracht is Attie aan het nakijken op de foto’s, dus je kunt er wat hoedjes tussen zien liggen.

“Dan geef ik een voorbeeld van Marianne Thieme. Die had een aantal jaar geleden op Prinsjesdag een koksmuts op. Die was helemaal zwart en op de voorkant stond ‘meat free monday’. Dat laat zien waar zij voor staat. De bedoeling was dat die leerlingen dat ook deden. Dus dat zij een onderwerp kiezen wat ze belangrijk vinden en dat ze dat lieten terugkomen in hun hoedje.”

Ze heeft allerlei soorten hoedjes gekregen. 

“Hoedjes over familie, maar ook bijvoorbeeld over sport en een aantal over klimaatverandering en de natuur. Er zaten echt hele leuke dingen bij. Vaak ook van leerlingen waar ik het niet van verwacht en dat vind ik bij een opdracht als deze wel echt heel leuk.” 

Structuur in de klas

“Ik hou heel erg van structuur. Dat kunnen de kinderen die bij mij in de klas zitten denk ik wel beamen. Die zeggen: ‘Nou, mevrouw Van Eck die heeft streepjes in het lokaal op de vloer staan waar de tafels moeten staan. En we worden altijd terug geroepen als we de stoel niet aanschuiven.’ Ik ben daar heel strikt in. Ik vind het fijn als mijn lokaal netjes is. En ik wil het liefst iedere les met een gestructureerd en opgeruimd lokaal beginnen. Dat geeft mij het fijnste gevoel.”

Als ik vraag of die leerlingen dat ook altijd braaf doen:

“Natuurlijk niet. Maar ook dat moet je ze leren.”

De leerlingen bij de les houden

Van buitenaf klinkt het allemaal heel gezellig. Je staat voor een klas vol met leergierige leerlingen. In werkelijkheid zitten die leerlingen natuurlijk niet altijd op het puntje van hun stoel als de docent hen iets vertelt. Sterker nog: meestal moet je behoorlijk hard werken om hun aandacht erbij te houden. En dat werkt niet bij iedere leerling. Er zijn leerlingen waarbij het een enorme uitdaging is om ze bij de les te houden. 

“Je hebt wel eens leerlingen waar je wat meer moeite mee hebt.”

Maar hoe ga je daar dan mee om?

“Vaak is het zo dat leerlingen aan het begin van het schooljaar hun positie in de klas moeten krijgen. Ik merkte dit jaar dat ik het bij mijn mentorklas super leuk vond. Ze waren super enthousiast en super gezellig. Maar dat is niet iedere les handig. Het is niet altijd een leuke klas, omdat ze te gezellig zijn. Dus ik moest daar wat mee en dat vind ik best wel lastig. Ik vind ze wel heel gezellig, maar ik heb ze ook 8 uur in de week. Collega’s die ze maar 2 uur hebben, die hebben een andere band met die klas.”

Zijn alle leerlingen dan echt even leuk?

“Er zitten in iedere klas altijd een paar leerlingen waar ik wat moeite mee heb. Maar ik probeer dan altijd te kijken waar dat gedrag vandaan komt. Ze zijn nog niet zo oud. Dus dat gedrag komt ergens vandaan. En als je wat beter begrijpt waarom een leerling is zoals hij is, dan kan je er wat beter mee omgaan.”

Attie vertelt dat ze goede cijfers halen niet het belangrijkste vindt. 

“Mijn eerste doel is dat alle leerlingen zichzelf prettig voelen in de klas en met zichzelf. De overstap van de basisschool naar de middelbareschool is al heel wat. Wij vinden het belangrijk dat de leerlingen goed in hun vel zitten en de rest dat komt wel.”

Lievelings docent

We kunnen ons allemaal nog wel die ene docent herinneren. Die zo goed kon vertellen of die je altijd aan het lachen kon maken. Attie moet even nadenken als ik aan haar vraag of ze denkt dat ze iemands lievelingsdocent is. 

“Ik hoop het. Of ik het ben dat weet ik niet, maar ik hoop wel dat er leerlingen zijn die later terugdenken aan hun middelbareschooltijd en dat ik dan iets voor hen heb kunnen betekenen.”

Uit Attie haar verhalen over haar werk blijkt dat ze ook buiten schooltijd ruimte maakt voor de leerlingen die dat nodig hebben. 

“Dat is denk ik ook wat er hoort bij het docent zijn. Het is niet alleen maar je lesjes geven en that’s it. Als er leerlingen zijn die ergens moeite mee hebben of je hoort dat een leerling vaak ziek is en ze vertellen je op een gegeven moment waar dat vandaan komt, natuurlijk wil je ze dan helpen. Anders had ik een ander vak moeten kiezen.”

Leerlingen buiten schooltijd tegenkomen

Voor leerlingen is het vaak moeilijk voor te stellen dat docenten nog een leven buiten school hebben. Hoe gaat Attie er mee om als ze leerlingen in haar vrije tijd tegenkomt?

“De meesten vinden het eigenlijk wel heel leuk. Ik denk dat ik op een paar vingers kan tellen hoeveel leerlingen het niet zo leuk vinden om je tegen te komen buiten school. Ik woon vlak bij mijn werk. Er zijn een heleboel leerlingen die bij mij in hetzelfde dorpje wonen. Ik kom ze gewoon heel vaak tegen. Als je dan ergens in het dorp loopt en je hoort ineens ‘Hallo mevrouw Van Eck!’ dan doe ik het toch wel goed op mijn werk. Anders dan zullen ze wel een andere kant opkijken of snel doorfietsen.”

Attie houdt van carnavallen en dan kwam ze haar leerlingen ook wel eens tegen. 

“Ook als ik een drankje op heb, zeker. Als dat niet meer kan, dan moet ik ergens anders gaan werken.” 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *